Een foto van vandaag

Houdt hij je vast soms als je bang bent, veegt hij de tranen van je wang. Dat je bij me liggen komt, duurt de nacht weer eens te lang. Fluister me in slaap met zachte woorden, totdat alles opgaat in onmacht. Het komt in beelden, in fragmenten. Ik gaf het namen als vergeten of nog beter nooit bestaan.  Maar hoe harder te rennen dan de tijd, is nog door niemand achterhaald. Iedere traan zal dezelfde zijn, ten alle tijden onbedoeld of onverwacht. Als blinde de wereld proberen af te tasten, vingers op zoek naar fluwelen randjes. Een foto van vandaag, is een herinnering van gisteren. De kilte zal men nooit verscheuren.  Ik heb me beter voorgedaan, jou wellicht tekort gedaan. Echt zien wil ik het niet. De tijd zal meer van jou vragen, ik heb je harder nodig dan jij mij. De liefde zal zich meester maken, zolang je je laat bezielen door aanraking. Hou me vast soms als ik bang ben, veeg de tranen van mijn wang.

Cobra

De radio op ruis, even geen mensenstemmen. Ik laat het douchewater over mijn naakte lichaam heen sijpelen, het zijn weg naar beneden vinden. Het veel te warme water brand op mijn huid, maar het doet me niets. De pijn voelt vertrouwd, rode vlekken als begin van een meesterwerk. Of ik huil of niet huil is om het even. Het zoute water verdwijnt in overvloed. Ik vroeg mezelf af hoe liefdesverdriet voelde. Hoe pijn je wezen overnam. Zal het licht worden als de ochtend aantreedt, zullen waterrimpels slijten. Ik zou niet weten hoe je stem zou moeten klinken. Men beschildert het einde als een ideaal, anders is het het einde niet. Wat als ik besluit te stoppen met verven. Het einde als kinderwerk beschouw, cobra in zijn puurste vorm. Ik neem afscheid van vluchtigheid.

Volledig

Op mijn tenen proberen de zon aan te raken. Zonnestralen vangen, wolken proeven, gras tussen mijn tenen voelen. Rondjes draaien in m’n zwierige zomerjurk. M’n niet te bedwingen krullen speels door de war. Laten we de wereld rondreizen. Rijden tot we niet meer kunnen. Ik wil dwars paden doorkruisen, doen alsof er niets bestaat. Dat mijn wil alles is. Een bovennatuurlijke wet. Ik wil vlinders volgen, ze fladderend achterna. Naar daar waar de vrije wil leeft. Daar waar vliegen gebruikelijk is. Waar de natuur de mens overstijgt. Ik wil vrijheid proeven, in oneindigheid vertoeven. Ik wil mezelf alleen volledig voelen. Rennend met bloemen in m’n haar. Omarmd worden door de warmte van volmaaktheid. In kleermakers zit de schoonheid ruiken. Waar een vogel neerstrijkt, vrolijk melodieën fluit. Extase bovenal. Ik wil de wereld overspoelen met optimisme. Met een beetje magie ogen doen sprankelen.

Mijlenver

Ik was niet sterk genoeg om door te gaan, maar te zwak om op
te geven. Totdat de wandeling me fascineerde en jij niet alleen een
eindbestemming was. Stap voor stap duizelde de wereld. Naarmate de wandeling
vorderde greep je zachtjes mx92n hand. Het was niet langer ik die alleen
hardlopend de stenen telde, iemand die de omgeving probeerde te vermijden. Jij
liet me stukjes terugwandelen, drukte me met mijn neus op de feiten waar ik
voorbij gerend was. Rennen was geen manier van je verplaatsen naar het einde. Missende stenen waren om te oefenen om de volgende keer grotere sprongen te kunnen maken. Ik ben mx92n hele puberteit doorgerend, zonder tijd om adem te halen. Ik
was uitgeput, opgebruikt, afgebrand. Ik kon niet verder lopen, noch terug. Ik
moest stilstaan, op adem komen. Ik wilde niet meer door, ik wilde niet meer
terug, maar ik wilde ook niet stil blijven staan. Ik miste strategiexebn. Rennen
was als weigeren te rouwen. Met mx92n haren wapperend in de wind maakte ik alleen
maar kilometers. Iedere kilometer een beetje verder weg van mezelf. Waar ik aan
het eind mijn ik niet meer zou kennen. Ik was een hardloper, een zogenoemde
doodloper. Ik was kilometers verwijderd van waar ik zou moeten zijn. Aan het
verwerken van waar ik zo hard van wegrennen wou. Hier ben ik, opnieuw, aan het begin. Maar deze keer zal ik wandelen, met jou die af en toe zachtjes in mijn
hand knijpt.

De doos van Pandora

Ze veegt de stad van haar gezicht en ontdoet zich van haar kleren. Zonder grote mensen spullen is ze niets anders dan een meisje. Te klein voor grote mensen stappen, te groot om klein te blijven. Een traan wordt weggeveegd door ruwe mannenhanden. Ze is verloren, misschien gevangen, ofwel iets dat zichzelf wordt aangedaan. Ze is te oud voor kleine kindersprookjes, maar ze is te jong om niet meer te geloven. Ze volgt een pad met rozenplaadjes, maar laat zich liever prikken. Ze is geen masochist, noch pessimist. Een verdwaalde optimist, zoekende, smachtende. Zichzelf wringend in posities. Als cabaretier geboren, perfectie in iedere situatie, maar nooit de waarheid. Dat wat puur is wordt verborgen, het echte zorgvuldig weggestopt. Een dwangmatige leugenaar, misschien, een gedwongen zwijger. Ze serveert haar ik als de doos van pandora, nooit om naar te zoeken, laat staan te openen. Niemand zoekt dan ook de sleutel. Wie bepaalt de duisterheid van wezen, zij kan nooit Zeus z’n straf geweest zijn. Een klein groot mensenkind, overtuigd van zwartheid zelf. Een grote kleine enkeling, onschuldig, aangedaan. Verward, confuus. Wie was zij, wat was zij, hoe was zij. Het is nooit te laat om jezelf te worden. Ze vraagt wat dan van haar wordt verwacht. Welke plaats nodig was in de wereld om nog in te vullen. Welke plaats was onderbezet. Haar kin wordt geheven door vertrouwde vingers. Plakkerige lokken worden naar achteren gestreken. Een eindeloze romanticus, misschien, een zuigeling smachtend naar liefde. Ze is zoekende, eeuwig twijfelend tussen links en rechts. Is ze nodig, is ze overbodig. Een lichte tinteling op haar lippen legt haar het zwijgen op. Ze vraagt wie ze dan zou moeten zijn, met neergeslagen ogen. Waarop alle twijfels verliezen van de woorden. Degene die mij lief heeft, antwoordt hij.

Koningin van pijn

Overwonnen duisternis, geheel verdwijnen zal jij nooit. Jij gluurt, sluimert, besluipt en verschijnt. Overtuigd van wezen, jij als voltooid verleden tijd. Beleefd en afgehandeld. De gesprekken stierven langzaam hun broodnodige dood. Dat wat wazig was werd scherp, dat wat scherp was werd afgeschuurd. Leven werd als om te zingen, een climax dat men uitschreeuwen kon. Niet langer een bezongen koningin van pijn, een verkozen zonderling. De kunst van het verleiden van woorden was niet langer slechts een uitweg, maar een ware liefde ontstaan uit lijden. Taal was dat wat leven bood, haar altijd bijstond. Maar overwinning kent geen eeuwigheid, leven is een gevecht op grote schaal. De kroon werd afgezet en de climax veranderde langzaam weer in sluimerende melodie. Het was geen kwestie meer van winnen of verliezen, het was overleven. Licht werd dimlicht, melodie werd achtergrondmuziek, ongemerkt werd een hoofdrolspeelster langzaam slechts entourage. Een nieuw gevecht was onvermijdelijk, een nieuwe strijd om weer de baas te zijn. Strijden was de stuwkracht van haar leven, de rode draad van wat haar bond. Haar depressie werd ze nooit de baas, maar haar wil om te vechten was zoveel sterker dan dat.

Ze was zo bang om weg te glijden.

Koningin van pijn

Overwonnen duisternis, geheel verdwijnen zal jij nooit. Jij gluurt, sluimert, besluipt en verschijnt. Overtuigd van wezen, jij als voltooid verleden tijd. Beleefd en afgehandeld. De gesprekken stierven langzaam hun broodnodige dood. Dat wat wazig was werd scherp, dat wat scherp was werd afgeschuurd. Leven werd als om te zingen, een climax dat men uitschreeuwen kon. Niet langer een bezongen koningin van pijn, een verkozen zonderling. De kunst van het verleiden van woorden was niet langer slechts een uitweg, maar een ware liefde ontstaan uit lijden. Taal was dat wat leven bood, haar altijd bijstond. Maar overwinning kent geen eeuwigheid, leven is een gevecht op grote schaal. De kroon werd afgezet en de climax veranderde langzaam weer in sluimerende melodie. Het was geen kwestie meer van winnen of verliezen, het was overleven. Licht werd dimlicht, melodie werd achtergrondmuziek, ongemerkt werd een hoofdrolspeelster langzaam slechts entourage. Een nieuw gevecht was onvermijdelijk, een nieuwe strijd om weer de baas te zijn. Strijden was de stuwkracht van haar leven, de rode draad van wat haar bond. Haar depressie werd ze nooit de baas, maar haar wil om te vechten was zoveel sterker dan dat.

Ze was zo bang om weg te glijden.

Posted in Geen categorie | 1 Reply

Prachtig zielenkind

Brief aan een verloren baby

Ik was te wild om stil te staan, te onverantwoord voor verantwoording. Jij prachtig wezen opgebloed, onaangeroerd opgegroeid, door toedoen van mijn daden. Als lelieblad in open zee, geleid naar land door waterkringen. Zoekend in de wind als weggeblazen blaasbloem, neergedaald in tedere handen. Jij bent volmaakt in creatuur, een engel op bovenaards niveau. In leven zijn wij verdwaalde vreemden, metafysisch zijn wij geestverwanten. Jij bent opgekomen als een zonnebloem, hoger dan ik je ooit naar de zon had kunnen tillen. Schoon gebaad in een liefdesnest, geborgenheid die ik jou niet geven kon. Bovenal ben jij zo verheven volmaakt, omdat in jou niets van mij bij zit. Een schoolvoorbeeld van goeie keuzes ontstaan uit slechte genen. Verknipte stervelingen crexebren gebroken kinderzielen. Ik gunde jou de wereld, waar alleen de warmte van mijn armen binnen mijn bereik lagen. Dus ik wiegde, tot in de oneindigheid, omdat dat alles was wat ik je geven kon. Mijn armen waren niet genoeg voor grootsheid, mijn warmte niet voor een kind van onverwoestbaar licht. Keuzes waren ondergeschikt aan doen wat goed was. De eerste verantwoorde keuze in mijn eigen kinderbestaan. Mijn egoxefsme werd ruw opzij geduwd voor volwassenheid, mijn onschuld beschadigd als een diepe kras in hout. Een niemand zijn zou nooit meer kunnen, een daad als rode lijn door leven. Ik speelde marionet in mijn eigen bestaan, veroorzaakt door mijn eigen ongeloof. De wolken tekenden overal jouw silhouet, de wind huilde jouw jammerende kinderstem. Jou loslaten was als accepteren dat jij een fout was, jou zoeken was als mijn ik verheffen boven jouw geluk. Mijn armen vertoonden ruwe striemen, door mijn eigen geestelijke heen-en-weer gesleur. Mijn keuzes zouden jou geen goed doen, mijn problemen jou belemmeren in jouw pad naar grootsheid. Ik wil je laten wandelen in zo min mogelijk beschadigde schoenen, mijn ik opzij zetten om jouw weg met rozenbladeren te bestrooien. Ik zal altijd aan de zijlijn blijven juichen, ergens in de verte als opwelling van spontane kracht. Verloren maar mentaal zo dichtbij prachtig zielenkind, mijn leven zal voor altijd de jouwe zijn. De wereld zal niet huilen om mijn excuses, de wolken jou niet dwingen om vergiffenis. De zon zal alleen de jouwe zijn, omdat ik jou niet meer dan een beetje licht sturen kan.

Ik was te klein om groot te brengen.

Prachtig zielenkind

Brief aan een verloren baby

Ik was te wild om stil te staan, te onverantwoord voor verantwoording. Jij prachtig wezen opgebloed, onaangeroerd opgegroeid, door toedoen van mijn daden. Als lelieblad in open zee, geleid naar land door waterkringen. Zoekend in de wind als weggeblazen blaasbloem, neergedaald in tedere handen. Jij bent volmaakt in creatuur, een engel op bovenaards niveau. In leven zijn wij verdwaalde vreemden, metafysisch zijn wij geestverwanten. Jij bent opgekomen als een zonnebloem, hoger dan ik je ooit naar de zon had kunnen tillen. Schoon gebaad in een liefdesnest, geborgenheid die ik jou niet geven kon. Bovenal ben jij zo verheven volmaakt, omdat in jou niets van mij bij zit. Een schoolvoorbeeld van goeie keuzes ontstaan uit slechte genen. Verknipte stervelingen crexc3xabren gebroken kinderzielen. Ik gunde jou de wereld, waar alleen de warmte van mijn armen binnen mijn bereik lagen. Dus ik wiegde, tot in de oneindigheid, omdat dat alles was wat ik je geven kon. Mijn armen waren niet genoeg voor grootsheid, mijn warmte niet voor een kind van onverwoestbaar licht. Keuzes waren ondergeschikt aan doen wat goed was. De eerste verantwoorde keuze in mijn eigen kinderbestaan. Mijn egoxc3xafsme werd ruw opzij geduwd voor volwassenheid, mijn onschuld beschadigd als een diepe kras in hout. Een niemand zijn zou nooit meer kunnen, een daad als rode lijn door leven. Ik speelde marionet in mijn eigen bestaan, veroorzaakt door mijn eigen ongeloof. De wolken tekenden overal jouw silhouet, de wind huilde jouw jammerende kinderstem. Jou loslaten was als accepteren dat jij een fout was, jou zoeken was als mijn ik verheffen boven jouw geluk. Mijn armen vertoonden ruwe striemen, door mijn eigen geestelijke heen-en-weer gesleur. Mijn keuzes zouden jou geen goed doen, mijn problemen jou belemmeren in jouw pad naar grootsheid. Ik wil je laten wandelen in zo min mogelijk beschadigde schoenen, mijn ik opzij zetten om jouw weg met rozenbladeren te bestrooien. Ik zal altijd aan de zijlijn blijven juichen, ergens in de verte als opwelling van spontane kracht. Verloren maar mentaal zo dichtbij prachtig zielenkind, mijn leven zal voor altijd de jouwe zijn. De wereld zal niet huilen om mijn excuses, de wolken jou niet dwingen om vergiffenis. De zon zal alleen de jouwe zijn, omdat ik jou niet meer dan een beetje licht sturen kan.

Ik was te klein om groot te brengen.

Posted in Geen categorie | 1 Reply

Ostinato

Gevangen in een melodie. Ik word bespeeld door noten, akkoorden als gevangen vlinders. Vechten, fladderend, tegen iets dat niet te winnen valt. De coupletten hebben me in haar grip, waar afstand doen geen uitweg biedt. De muziek speelt oneindig op repeat, alsof de componist me zacht verhalen toefluistert. Geheimen verpakt in motief, zacht sluimerend tot uitbarsting. Een consonant voor mooie strofen, een solo voor zij die sterk willen zijn. Sterk als een climax in de strijd, zij die geheimen overwonnen. Als een drang uit mijn wezen, de muziek herhaalt zich ongekend. Tussen de regels lezen als obligatie, teksten ingezet als achtervolging. De melodie bepaalt mijn denken, het ritme mijn zijn. Een break inzetten was onmogelijk in het componeren van het spelen, vingers vlogen als bezeten. Melodische bogen bepaalden de oneindigheid, de dynamiek die deed geloven. Pianissiomo als medelijden van infiniteit, fortissimo om bij te sturen als vergelding. Een vioolsleutel als begin van alles, zoekend naar daar waar het stoppen kan. Begrip zal je begeleiden over noten, een open geest zal je doen duizelen. Zonder melodie te horen, zal de boodschap jou nooit weten te vinden. Zonder ritme te voelen, zal taal niet te horen zijn. Waar jij zal leren luisteren, zal de componist je strelen.

Gexefnspireerd door Summer van Joe Hisaishi